Verstandig tuinieren

1. Verstandig tuinieren

a. Voorkomen is beter dan genezen
b. Gebruik verschillende technieken samen voor een gezonde tuin

2. Gewasbescherming door teeltkeuze

a. Gezondheid en groeiomstandigheden van de plant
b. Hygiëne
c. Wisselteelt
d. Selectie van cultivars
e. Onkruidbestrijding door teeltkeuze

3. Biologische gewasbescherming

a. Voordelen en aandachtspunten
b. Inzetten van natuurlijke vijanden en voorbeelden

4. Geïntegreerde gewasbescherming of Integrated Pest Management (IPM)

a. IPM en insectenbestrijding
b. Andere voorbeelden van een geïntegreerd tuinonderhoud

5. Biologisch tuinieren

a. Verschil tussen natuurlijk en chemisch

6. Problemen in de tuin



1. Verstandig tuinieren

Je kan je tuin op verschillende manieren beschermen tegen onkruiden, schimmels en schadelijke insecten. Meer en meer consumenten doen dit op een geïntegreerde manier (IPM: Integrated Pest Management).

Geïntegreerde bescherming van de tuin is gebaseerd op 2 principes:

1a. Voorkomen is beter dan genezen

Geef onkruid, schimmels en schadelijke insecten geen kans! Vb. zorg voor een gezonde bodem, zet de juiste planten op de juiste bodem, kies ziekteresistente planten, wees aandachtig voor het materiaal waarmee je je oprit of terras aanlegt zodat er geen onkruid tussen kan groeien, zorg voor plaats voor vogels, nuttige insecten en andere dieren in de tuin,…)

1b. Gebruik verschillende technieken samen voor een gezonde tuin

  • Mechanisch: handenarbeid: schoffelen, wieden, borstelen,…
     
  • Fysisch: waarnemen van schadelijke insecten en deze dan vangen (vb. een plakval
     
  • Biologisch: nuttige insecten eten schadelijke insecten op (vb. lieveheersbeestjes eten bladluizen op)
     
  • Toepassen gewasbeschermingsmiddelen (chemisch of biologisch)


     

Top

2. Gewasbescherming door teeltkeuze

Je kan veel preventieve maatregelen en teeltmaatregelen gebruiken om het risico op schade door ziektes of ongedierte te beperken of te elimineren. Het loont gewoonlijk de moeite om deze praktijken toe te passen, zelfs als je van plan bent om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, want zij kunnen de doeltreffendheid van het product vergroten.

2a. Gezondheid en groeiomstandigheden van de plant

Gezonde planten zullen minder gemakkelijk worden aangetast door ziektes en plagen. Zorg dus dat je planten in de juiste omstandigheden groeien en dat zij over voldoende ruimte, water, licht en voedingsstoffen beschikken. Planten die onder stress lijden worden gemakkelijker het slachtoffer van plagen en zullen hier eerder aan bezwijken.

Koop alleen gezonde, sterke planten. Zieke planten of planten met ongedierte, ziektes en onkruiden in een tuin binnenbrengen is om problemen vragen. Het is weinig waarschijnlijk dat deze planten ooit echt zullen floreren en eventuele ongewenste bezoekers kunnen andere planten besmetten.

2b. Hygiëne

Met een goede hygiëne in de tuin kan je de ontwikkeling van ziektes en ongedierte voorkomen. Afstervende planten vormen in de winter een ideale schuilplaats voor vele ziektes en plagen. Ruim afgevallen bladeren en ander plantaardig afval in tuinen onmiddellijk op. Indien het niet al te houterig is, noch zwaar besmet met ongedierte of ziektes, kan het gecomposteerd worden. Wied onkruid voor het de kans heeft om zaad te vormen, anders zal dat zaad de komende jaren voor problemen zorgen.

Zelfs wanneer je een gewasbeschermingsmiddel spuit, is het belangrijk om zwaar aangetaste planten, die zich waarschijnlijk niet zullen herstellen, te verwijderen. Controleer de hen omringende planten en behandel deze indien nodig met een geschikt gewasbeschermingsmiddel.

Houd potten, zaaibakjes en kweekmateriaal schoon. Daartoe kan je een ontsmettingsmiddel voor de tuin gebruiken. Dat kan je ook toepassen om de serre in de moestuin te desinfecteren. Maak de serre grondig schoon na het groeiseizoen en besteed daarbij extra aandacht aan alle hoeken en spleten.

Voorkom dat ongedierte en ziektes die in de bodem leven zich verspreiden via aarde op gereedschappen, plantgoed of schoeisel. Tracht vastgestelde infecties met lastige plagen en ziektes in de bodem, zoals knolvoet of aaltjes, te bestrijden. Zorg dat deze zich niet naar andere zones verspreiden.

2c. Wisselteelt

Veel plagen en ziektes komen specifiek voor bij een bepaalde plantensoort. Daarom zal het herhaaldelijk telen van hetzelfde gewas of gewassen van dezelfde familie in dezelfde zone van de tuin de aanwezigheid van die plagen en ziektes bevorderen. Zo kiemen vele onkruiden ook alleen in de lente of de herfst, dus varieer je het beste de gewassen en het tijdstip van de grondbewerking van jaar tot jaar.

De teeltwisseltechniek of teeltrotatie zal helpen voorkomen dat zich problemen ontwikkelen. Een goed voorbeeld daarvan is het gebruik van teeltrotatie op percelen waar groenten worden gekweekt.

Op groentepercelen is een driejaarlijkse teeltwissel van wortelgroenten, peulvruchten en kolen de meest aangewezen methode. Jammer genoeg kunnen sommige plagen zoals aaltjes, ziektes zoals knolvoet en zaden van onkruiden vele jaren in de bodem voortleven. Dan kan een langere teeltwisselcyclus (van 5 tot 7 jaar) of zelfs een totale rust met gras noodzakelijk zijn. Toch zal zelfs een korte teeltwisselcyclus van drie jaar de omvang van de plaag verminderen.

Om de ontwikkeling van plagen in serres te voorkomen kweek je het beste gewassen als tomaten, komkommers en paprika’s in potten of kweekzakken in plaats van rechtstreeks in de volle grond.

2d. Selectie van cultivars

Een cultivar is een speciaal gekweekte gecultiveerde variëteit van een plantensoort. De plantenkwekers introduceren geregeld nieuwe cultivars die gekweekt werden vanwege hun resistentie of bestendigheid tegen plagen of ziektes. Normaal gezien vind je meer informatie over de resistentiekenmerken op de zaadzakjes of in de zaadcatalogi. Meer informatie over voorraden van resistente planten bij kwekerijen vind je ofwel in geactualiseerde handboeken of bij plantenleveranciers. Zelfs wanneer een resistente cultivar wordt aangeplant, dan nog moet je in het oog houden of de planten niet worden bedreigd door plagen of ziektes en deze indien nodig met een geschikt gewasbeschermingsmiddel behandelen.

2e. Onkruidbestrijding door teeltkeuze

Er bestaan veel teelttechnieken die je kan gebruiken om onkruid te bestrijden. Bij droog weer kan je met geregeld schoffelen zaailingen van eenjarige onkruiden bestrijden. Met de hand wieden kan lastig zijn, maar het is soms de enige niet-chemische manier om onkruiden met een uitgebreid wortelgestel zoals winde en kweekgras te verwijderen. Je moet hierbij heel grondig te werk gaan en zorgen dat je het hele wortelgestel verwijdert, anders komen deze onkruiden snel terug.

Door het omspitten van een moestuin wordt niet alleen het zaaibed voorbereid, maar worden ook onkruiden, zaden en afval begraven, waarin soms ziektes aanwezig zijn. Vermijd dat je begraven problemen weer aan de oppervlakte brengt wanneer je een eerder omgespit terrein opnieuw bewerkt.

Het “mulchen” met een laag schors, compost, polyethyleen of ander materiaal helpt de onkruidgroei te beperken doordat het onkruid geen licht meer krijgt. Een mulchlaag houdt ook het vocht in de bodem, terwijl de tuin er beter uitziet. Het dicht op elkaar planten van gekweekte planten kan werken als een soort ‘levende mulch’, maar misschien moeten de planten af en toe worden uitgedund en extra voeding krijgen. Ook de klassieke bodembedekkers kan je op deze manier toepassen. Hoewel deze natuurlijke mulch onkruidwoekering zal helpen voorkomen, zal dit niet volledig lukken, want er zal nog een beetje licht door de bladeren dringen. Je tracht het best kale grond te vermijden, want die zal vlug door onkruid worden gekoloniseerd. Op harde oppervlakken en grindpaden kan je met de hand wieden. Vul indien mogelijk barsten in beton op en verwijder vuil en afval wat een voedingsbodem voor onkruiden kan zijn.

 

Top

3. Biologische gewasbescherming

Biologische gewasbescherming is een manier om plagen te bestrijden door levende organismen te introduceren die de schadelijke organismen aanvallen. Deze organismen kunnen parasieten zijn, natuurlijke vijanden, schimmels of bacteriën. De biologische organismen worden op grote schaal gebruikt door commerciële tuinders in hun serres. De resultaten zijn heel goed, op voorwaarde dat de instructies worden nageleefd. Dit stukje gaat dus niet over biologische gewasbeschermingsmiddelen (of biopesticiden of ecologische gewasbeschermingsmiddelen), maar over vb. lieveheersbeestjes die bladluizen opeten en zo op een biologische manier het gewas beschermen.

Er is veel belangstelling bij de media en de tuiniers voor deze gewasbeschermingsmethode, maar om al deze technieken met succes te gebruiken moet je hier enige vaardigheid en ervaring in hebben.

3a. Voordelen en aandachtspunten

De biologische gewasbescherming lijkt de ideale oplossing te zijn – het is een ‘natuurlijke’ manier om plagen te bestrijden en het gebruik van chemicaliën of biopesticiden kan worden beperkt. Het kan ook een goedkope gewasbeschermingsmethode zijn, maar dat hangt af van de te bestrijden plaag en de vaardigheid van de gebruiker.

Nuttige insecten lopen geen gevaar, want de natuurlijke vijanden zijn in de meeste gevallen specifiek voor de plaag. Resistentie tegen klassieke gewasbeschermingsmiddelen kan een probleem vormen; hoewel dit bekend is voor het biologisch middel Bacillus thuringiensis, is dat niet algemeen bekend voor andere biologische gewasbeschermingsmiddelen. Een ander voordeel is dat natuurlijke vijanden beschikbaar zijn voor de bestrijding van plagen die vaak moeilijk te bestrijden zijn met traditionele gewasbeschermingsmiddelen, vb. de taxuskever, spint en witte vlieg.

Toch zijn er enkele aandachtspunten verbonden aan het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen:

  • Vele biologische gewasbeschermingsmiddelen zijn specifiek voor een plaag, dus het is essentieel dat het schadelijke organisme correct wordt geïdentificeerd, het is belangrijk dat de diagnose van het probleem al vroeg gesteld wordt en dat het gewasbeschermingsmiddel onmiddellijk wordt toegepast, zodat de omvang van de plaag niet al te groot wordt, want dan kunnen de natuurlijke vijanden het niet meer aan.
     
  • Vele biologische gewasbeschermingsmiddelen hebben een klein aantal exemplaren van het schadelijke organisme nodig, want de natuurlijke vijanden kunnen niet overleven zonder hun prooi. Ze moeten dus altijd iets te eten hebben. Je moet dus accepteren dat er altijd een klein aantal schadelijke organismen aanwezig is en je moet beseffen dat de plaag niet zo snel bestreden zal zijn als met een traditioneel spuitmiddel.
     
  • De meeste van deze gewasbeschermingsmiddelen kunnen slechts korte tijd bewaard worden, omdat het levende organismen zijn. Een zakje lieveheersbeestjes kan geen maanden in een afgesloten zakje in de garage overleven.
     
  • Soms zijn heel precieze omstandigheden vereist opdat de natuurlijke vijanden doeltreffend zouden zijn: de temperatuur moet tussen bepaalde waarden liggen er is soms een bepaalde vochtigheidsgraad nodig. Ook de hoeveelheid licht kan cruciaal zijn.
     
  • Het tijdstip of de plaats van toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen kan cruciaal zijn.


3b. Inzetten van natuurlijke vijanden en voorbeelden

Biologische gewasbeschermingsmiddelen kunnen met succes worden toegepast als onderdeel van een geïntegreerde aanpak van gewasbescherming. Voor tuiniers hun toevlucht nemen tot insecticiden, moeten zij nagaan of die verenigbaar zijn met de biologische gewasbeschermingsmiddelen en die niet schaden. Anderzijds kan je insecticiden met korte nawerking en korte contactwerking gebruiken om de de intensiteit van de plagen te verminderen vóór je een natuurlijke vijand inzet. Als de plaag te groot is, kan het immers zijn dat de natuurlijke vijand de plaag niet onder controle krijgt. Zorg in dat geval wel dat er voldoende tijd verstrijkt voor je de biologische gewasbeschermingsmiddelen toepast, want ofwel zijn er te weinig schadelijke organismen aanwezig (en zal de natuurlijke vijand honger lijden), ofwel kan het insecticide het bestrijdende organisme schaden.

Een aantal voorbeelden van plagen waartegen biologische gewasbeschermingsmiddelen efficiënt werken:

  • Roofmijten werken tegen trips en de spintmijt
     
  • Sluipwespen werken tegen bladluizen en mineervliegen
     
  • Lieveheersbeestjes werken tegen wolluizen en bladluizen
     
  • Gaasvliegen en zweefvliegen werken tegen bladluizen
     
  • De bacterie Bacillus thuringiensis werkt tegen rupsen
     
  • Parasitaire nemathoden werken tegen taxuskever en naaktslakken.


Kortom, het inzetten van natuurlijke vijanden om plagen te bestrijden is een mooie, lovenswaardige techniek en biedt heel wat mogelijkheden. Maar deze techniek vergt enige kennis en ervaring om op een correcte en effectieve manier toe te passen. Professionele tuinbouwers gebruiken dit al op grote schaal en met succes, de particulier laat zich best goed adviseren. Want ook voor de particulier zijn deze biologische organismen meer en meer te koop in het tuincentrum of de winkel. Hier geldt hetzelfde als voor chemische gewasbeschermingsmiddelen of biopesticiden: lees altijd grondig het etiket voor je het product toepast, volg de richtlijnen op het etiket en vraag indien nodig raad of advies aan de verkoper.

 

Top

4. Geïntegreerde gewasbescherming of Integrated Pest Management (IPM)

De beste aanpak van gewasbescherming is een combinatie van de verschillende technieken – biologische, chemische en teelttechnieken. Dat is Integrated Pest Management (IPM) of geïntegreerde gewasbescherming.

Opdat IPM doeltreffend zou zijn, zijn goede beheertechnieken van belang: de juiste teeltomstandigheden voor de planten, een goede tuinhygiëne, aandacht voor details, een geregelde inspectie van de planten en de toepassing van teelttechnieken op het juiste tijdstip.

Sommige tuiniers laten problemen escaleren voor zij maatregelen nemen. Bij de IPM-methode worden mogelijke problemen in een vroeg stadium geïdentificeerd en worden passende preventieve gewasbeschermingsmaatregelen genomen, waarna zorgvuldig in het oog wordt gehouden of de plaag niet opnieuw toeslaat.

Controleer planten regelmatig om problemen op te merken voor zij andere planten besmetten. Wanneer je een probleem vaststelt, moet je onmiddellijk de getroffen zone behandelen. De IPM-principes zijn van toepassing op de bestrijding van onkruiden, insectenplagen en ziekten. Hieronder geven we enkele voorbeelden van insectenbestrijding.

4a. IPM en insectenbestrijding

Voor een optimale gewasbescherming moet je je planten in een vroeg stadium controleren op infectie door plagen (bv. bladluizen) en op de aanwezigheid van een groot aantal natuurlijke vijanden van het schadelijke organisme, zoals lieveheersbeestjes of hun larven, zweefvliegen, gaasvliegen (allemaal natuurlijke vijanden van bladluizen). Geef de natuurlijke vijanden de kans om hun werk te doen. Stel het spuiten uit tot duidelijk is dat de natuurlijke vijanden het probleem niet onder controle krijgen.

Naast vogels en egels zijn er nog andere natuurlijke vijanden, vb. loopkevers die de populatie aan snuitkevers en aardvlooien laag helpen houden, hooiwagens, die zich voeden met pas uitgekomen rupsen, en sommige soorten klimmende kevers, die zich ook voeden met eitjes van rupsen en met jonge rupsen. Zie meer info hierover bij “Biologische gewasbescherming”.

Om te zorgen dat de natuurlijke vijanden en de nuttige insecten overleven, moet je hen de juiste plaatselijke habitat geven, bv. nestkastjes voor vogels, vijvertjes voor padden en kikkers en stroken ongemaaid lang grof gras. Kropaar en witbol naast hagen bieden een ideale habitat voor nuttige insecten en spinnen; zelfs distels en witte dovenetel bieden voedsel voor hommels.

Als duidelijk blijkt dat er onvoldoende natuurlijke vijanden zijn om de plaag aan te pakken en dat het noodzakelijk is om te spuiten, gebruik je het best een chemisch product of biopesticide dat specifiek bestemd is voor de plaag of dat slechts korte tijd werkzaam is. Deze producten brengen de minste schade toe aan natuurlijke vijanden en nuttige insecten. Het beste tijdstip is om ‘s avonds laat te spuiten, wanneer de nuttige insecten die zich met nectar voeden minder actief zijn. Lees altijd het etiket en controleer de toe te passen dosis om overdosering en schade aan planten te vermijden.

Vallen op basis van feromonen (bv. vallen voor fruitmotten) zijn heel specifiek voor een bepaalde plaag en zijn dus aanbevolen voor IPM-regimes. Deze zijn recent ook te koop voor de particulier en werken goed, maar het juiste tijdstip om deze feromonenvallen op te hangen is heel belangrijk. Te vroeg of te laat op het seizoen werkt het niet meer.
Het afdekken van gewassen helpt ook plagen voorkomen doordat de afdeklaag een barrière vormt tussen de gewassen en de plagen.

4b. Andere voorbeelden van een geïntegreerd tuinonderhoud

Wij moedigen de tuiniers graag aan om een geïntegreerde methode te hanteren voor alle aspecten van het tuinonderhoud. De getoonde voorbeelden geven toelichting bij enkele van de betrokken principes, maar in het ideale geval heeft elk gewas/elke situatie haar eigen “geïntegreerde checklist”.

  • Onkruidbestrijding – Creëer een vals zaaibed voor je gaat zaaien en laat de eenjarige onkruiden opkomen. Bestrijd dit onkruid daarna door te schoffelen of met een herbicide dat geen resten achterlaat. Bewerk de grond lichtjes opnieuw en zaai dan.
     
  • Ziektebestrijding – Een goede hygiëne om een overwinterende infectie te verwijderen is essentieel, gebruik wisselteelt om ziektes in de bodem tot een minimum te beperken, vernietig zwaar aangetaste planten, kies indien mogelijk resistente variëteiten, vermijd overbemesting want dit kan de vatbaarheid voor ziekten vergroten, behandel onmiddellijk het hele gewas.
     
  • Verzorging van het gazon – Maai op een vaste hoogte, hark dood gras en mos weg, verwijder bladeren, bemest in de lente, vermijd kalkbemesting, verlucht de bodem in de lente en/of herfst met een vork of getande hark, behandel probleemzones met een geschikt gewasbeschermingsmiddel.
     
  • Groenten, bv. aardappelen – Ruim grondig al het aardappelloof en afval van vorig jaar op, gebruik indien mogelijk stalmest om het vocht beter in de bodem te houden, plan een wisselteeltcyclus om de aanwezigheid van aaltjes en schurft te verminderen, vermijd bekalken, plant gecertificeerde pootaardappelen en houd het gewas zorgvuldig in het oog om de eerste tekenen van meeldauw op te merken en onmiddellijk te behandelen.
     
  • Meststof – Wanneer je van plan bent om je tuin te bemesten, houd dan rekening met het bodemtype, de vorige teelt, eerder gebruikte meststoffen, de huidige voedingswaarde van de bodem en de voedingseisen van het geplande gewas.
     
  • Groeimedia – Wanneer je als tuinier soorten compost en groeimedia kiest, kan je het best gebruik maken van wat jezelf ter beschikking hebt en goed verteerde compost gebruiken als mulch of om de bodemstructuur te verbeteren. Er zijn ook machines te koop om tuinafval te versnipperen, dat je dan onmiddellijk of na compostering als mulch kan gebruiken. Tracht gebruikte groeimedia te recycleren, gebruik bijvoorbeeld gebruikte compost als mulch of bodemverbeteraar.

     

Top

5. Biologisch tuinieren

Veel tuiniers trachten het gebruik van synthetische chemicaliën (meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen) in hun tuin te vermijden. Het doel van dit stukje is informatie te geven aan hen die belangstelling hebben voor “biologisch-organische” (kortweg “biologische”) praktijken en het soort producten dat biologische tuiniers gebruiken.

Alle tuiniers kunnen leren van biologische praktijken. De gebruikte technieken zijn niet uniek voor de biologische tuinier en, zoals eerder vermeld in het stukje over geïntegreerde gewasbescherming (IPM), kunnen ze in combinatie met chemische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

De biologische tuinier is hoofdzakelijk afhankelijk van teeltwijzen als wisselteelt, de selectie van cultivars, grondbewerking, een goede hygiëne en aandacht voor details. In de biologische tuinbouw worden ook gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, maar enkel natuurlijke middelen. Het gaat onder meer om natuurlijk pyrethrum, evenals natuurlijke vetzuren ter bestrijding van insecten, en fungiciden op basis van zwavel en koper ter bestrijding van ziekten. Voor deze producten geldt precies dezelfde reglementering als voor synthetische gewasbeschermingsmiddelen en zij moeten worden goedgekeurd door de overheid voor zij mogen worden verkocht.

5a. Verschil tussen natuurlijk en chemisch

Strikt genomen komt de term “organisch” uit de chemie. Hij wordt gebruikt om chemische samenstellingen te beschrijven die koolstof bevatten. Biologisch tuinieren is echter een algemene term geworden voor een soort tuinieren waarbij het gebruik van synthetische chemicaliën als gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en andere chemische toevoegingen wordt vermeden.
Chemische producten zijn het resultaat van een chemische synthese (een bereiding van chemische verbindingen). Biopesticiden of natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen worden gefabriceerd op basis van stoffen van natuurlijke oorsprong. De stoffen zijn dus van verschillende oorsprong (het één komt uit de natuur, het ander uit een chemisch labo), maar ze zijn allebei chemisch “verwerkt” om toepasbaar te zijn in huis en/of tuin. Natuurlijke middelen zijn vb. plantenextracten, feromonen, micro-organismen zoals virussen, bacteriën en schimmels, bepaalde minerale producten, enzovoort.

Opgelet: ook het gebruik van een natuurlijk product kan een risico inhouden voor mens of milieu! Het is niet om dat het van natuurlijke oorsprong is dat het product daarom sowieso niet gevaarlijk is. Integendeel, ook bepaalde planten zijn giftig voor mens en dier, denk maar aan de taxusstruik, de blauweregen, groene aardappelen enzovoort. Ook biopesticiden zijn werkzaam tegen bepaalde planten, ziekten of onkruid, en zijn dus op zijn minst schadelijk voor deze organismen.

Alle gewasbeschermingsmiddelen en biociden moeten in België een toelating hebben om te mogen verkocht en gebruikt worden. Zowel chemische als biologische. Deze moeten aan dezelfde wetgeving voldoen en worden dus op dezelfde manier getest. We kunnen dus zeggen dat alle gewasbeschermingsmiddelen en biociden die op de markt zijn, zowel chemische als biologische, uitgebreid getest en geëvalueerd zijn, en dus efficiënt werken en veilig zijn bij correct gebruik.
 Om ervoor te zorgen dat je gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zowel chemisch als biologisch, op een veilige manier gebruikt, is het belangrijk om het etiket goed te lezen en de gebruiksaanwijzingen te volgen. Zo kan je de eventuele risico’s voor mens en/of milieu vermijden.

 

Top

6. Problemen in de tuin

Je planten worden belaagd door een schadelijk insect, maar je weet niet meteen welk insect dit is en hoe je dit kan bestrijden? Je wil het onkruid in je gazon aanpakken maar weet niet juist welke onkruiden er groeien en welke producten je zou kunnen gebruiken? Je moestuin wordt geteisterd door een schimmelziekte en je zoekt de juiste naam van de schimmel? Je wil de slakken op je terras of de ratten in je tuin onder controle houden en je wil weten op welke manier dit kan?

Wij raden je twee mogelijke oplossingen aan:

  • Ga naar een gespecialiseerd tuincentrum en stel daar je vraag. De verkopers zullen je gericht advies geven.
     
  • Neem een kijkje op de website van de firma’s die gewasbeschermingsmiddelen op de markt brengen. Daar vind je meer uitleg (en foto’s!) over het onkruid, de ziekte of het ongedierte dat je wenst te bestrijden en gericht productadvies.

http://www.bayergarden.be/GardenDoctor
http://www.compo.be
http://www.edialux.be/nl/problemen
http://www.hermoo.be
http://www.ilovemygarden.be

 

Top

Lees altijd het etiket. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig.