Goed gebruik van bestrijdings middelen

10 tips om sproeistoffen veilig en verantwoord te gebruiken

1. Wat zijn bestrijdingsmiddelen?

a. Gewasbeschermingsmiddelen
b. Biociden

2. Lees het etiket
3. Gevaarsymbolen
4. Bereken de juiste dosis
5. Draag beschermende kledij
6. Tijdstip en weersomstandigheden
7. Wachttijd
8. Herbetredingstijd
9. Let op voor bijen en andere nuttige insecten
10. Bescherm het water - respecteer de bufferzones
11. Bewaren van bestrijdingsmiddelen
12. Verwijderen van overschotten, lege verpakkingen of niet meer toegelaten middelen




1. Wat zijn bestrijdingsmiddelen?

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden samen vervat onder de naam bestrijdingsmiddelen. Je kan er ongedierte, schadelijke insecten, onkruid en ziektes op de planten mee bestrijden.


a. Gewasbeschermingsmiddelen

Gewasbeschermingsmiddelen zijn actieve stoffen die de gewassen beschermen tegen schadelijke insecten, onkruid of ziektes. Gewasbeschermingsmiddelen worden vaak in de landbouw ingezet om voldoende en kwalitatief hoogstaand voedsel te telen, maar kunnen ook door de particulier gebruikt worden, vb. in de moestuin of op het gazon.

Overzicht van alle toegelaten gewasbeschermingsmiddelen

Op Fytoweb, een officiële website van de Belgische overheid, vind je alle gewasbeschermingsmiddelen terug die toegelaten zijn op de Belgische markt. Je kan zoeken op de naam van het product of op de ziekte of plaag die je wenst te bestrijden. Producten die beschikbaar zijn voor de particulier hebben een letter G (Garden) in het erkenningsnummer staan. Als er een P staat (Professioneel) betekent dit dat enkel professionele gebruikers deze producten kunnen aankopen.
 
Daarnaast kan je ook zoeken op de websites van de verschillende firma’s om een overzicht te krijgen van hun productengamma.

www.bayergarden.be
www.compo.be
www.edialux.be
www.hermoo.be
www.ilovemygarden.be


b. Biociden

Biociden zijn actieve stoffen die schadelijke organismen bestrijden. Er bestaan verschillende klassen biociden, zo heb je bijvoorbeeld biociden tegen ratten en muizen (rodenticiden, klasse 14), tegen slakken (mollusciciden, klasse 16) of tegen mieren, vliegen en wespen (insecticiden, klasse 18). 

Overzicht van alle toegelaten biociden

Op de website van de Belgische overheid krijg je een overzicht van alle biociden die op de Belgische markt zijn toegelaten.
 
Daarnaast kan je ook zoeken op de websites van de verschillende firma’s om een overzicht te krijgen van hun productengamma.

www.bayergarden.be
www.compo.be
www.edialux.be
www.hermoo.be
www.ilovemygarden.be
 

Chemisch of natuurlijk?

Chemische producten zijn het resultaat van een chemische synthese (een bereiding van chemische verbindingen). Biopesticiden of natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden gefabriceerd op basis van stoffen van natuurlijke oorsprong. De stoffen zijn dus van verschillende oorsprong (het één komt uit de natuur, het ander uit een chemisch labo), maar ze zijn allebei chemisch “verwerkt” om toepasbaar te zijn in huis en/of tuin. Natuurlijke middelen zijn vb. plantenextracten, feromonen, micro-organismen zoals virussen, bacteriën en schimmels, bepaalde minerale producten, enzovoort.
Opgelet: ook het gebruik van een natuurlijk product kan een risico inhouden voor mens of milieu! Het is niet om dat het van natuurlijke oorsprong is dat het product daarom sowieso niet gevaarlijk is. Integendeel, ook bepaalde planten zijn giftig voor mens en dier, denk maar aan de taxusstruik, de blauweregen, groene aardappelen enzovoort. Ook biopesticiden zijn werkzaam tegen bepaalde planten, ziekten of onkruid, en zijn dus op zijn minst schadelijk voor deze organismen.

Alle gewasbeschermingsmiddelen en biociden moeten in België een toelating hebben om te mogen verkocht en gebruikt worden. Zowel chemische als biologische. Deze moeten aan dezelfde wetgeving voldoen en worden dus op dezelfde manier getest. We kunnen dus zeggen dat alle gewasbeschermingsmiddelen en biociden die op de markt zijn, zowel chemische als biologische, uitgebreid getest en geëvalueerd zijn, en dus efficiënt werken en veilig zijn bij correct gebruik.
Om ervoor te zorgen dat je gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zowel chemisch als biologisch, op een veilige manier gebruikt, is het belangrijk om het etiket goed te lezen en de gebruiksaanwijzingen te volgen. Zo kan je de eventuele risico’s voor mens en/of milieu vermijden.

Gevaar versus risico

Een stof kan intrinsiek gevaarlijk zijn; een risico houdt rekening met gevaar en blootstelling. Een voorbeeld om het verschil te verduidelijken:
Een slang is een gevaarlijk dier. Maar het hangt af van de omstandigheden of het meisje een risico loopt. Als de slang in een kooi achter glas zit in de zoo, dan blijft die slang wel gevaarlijk maar omdat het meisje niet wordt blootgesteld aan het gevaar, loopt ze geen risico. Het meisje kan dus veilig in de buurt van de slang komen.
Als de slang echter vrij rondkruipt wordt het meisje wel blootgesteld aan het gevaarlijke dier, en loopt ze wel een risico.
De term risico zegt dan ook veel meer dan gevaar: door een risicoanalyse uit te voeren kan nagegaan worden of een bepaalde stof mag toegelaten en gebruikt worden. Dit geldt ook voor bestrijdingsmiddelen. Bepaalde stoffen kunnen intrinsiek gevaarlijk zijn (vb. een insecticide is bedoeld om een schadelijk insect te bestrijden, dit product bevat dus gevaarlijke eigenschappen), maar als de blootstelling beperkt wordt of vermeden wordt, dan is het risico eveneens miniem.

Blootstelling beperken bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan bijvoorbeeld door

  • beschermkledij te dragen (handschoenen, t-shirt met lange mouwen) zodat de huid niet wordt blootgesteld
     
  • niet te spuiten in de buurt van water (een beek, een rioolputje,…) zodat het product niet kan aflopen naar het water en het waterleven (vb. de vissen) dus niet worden blootgesteld
     
  • niet te spuiten bij veel wind, zodat het product niet kan wegwaaien en andere planten of dieren (vb. bijen) niet blootgesteld worden
     
  •  …


Top


2. Lees het etiket!

Lees altijd eerst het etiket alvorens het product toe te passen. Je vindt er alle benodigde info om het product efficiënt en veilig toe te passen. En volg steeds nauwgezet de richtlijnen die het etiket voorschrijft.

 

 

Top

 

3. Gevaarsymbolen

Op het etiket staan verschillende gevaaraanduidingen: gevarenpictogrammen, voorzorgzinnen en gevaarzinnen die meer informatie geven over hoe je gevaarlijke producten veilig kan gebruiken zonder schade aan je gezondheid of het milieu toe te brengen. Onlangs werden de oude, oranje-zwarte pictogrammen vervangen door nieuwe witte pictogrammen met een rode rand. Producten met oude symbolen kunnen nog tot juni 2017 in de winkel verkocht worden. Deze gevarenpictogrammen vind je ook op andere chemische producten terug (vb. detergenten, verven,…).

Voorzorgzinnen (P-zinnen met de P van Precaution) zijn maatregelen en tips die je kan nemen uit voorzorg, vb. P102: buiten het bereik van kinderen houden.

Gevaarzinnen (H-zinnen met de H van Hazard) zijn zinnen die wijzen op het mogelijke gevaar van het product, vb. H303: kan schadelijk zijn bij inslikken.

Een overzicht van de gevarenpictogrammen:

(links telkens het oude symbool, rechts het nieuwe)

CORROSIEF (BIJTEND):

Corrosieve of bijtende producten vernietigen de huid en slijmvliezen bij contact en kunnen zware (brand)wonden veroorzaken.

Voorbeelden: Gootsteenontstopper en sterke ontkalkingmiddelen

MILIEUGEVAARLIJK:

Producten die als ze in het milieu terecht komen, schadelijk zijn voor de organismen. Ze kunnen bijvoorbeeld vissensterfte veroorzaken in het water.

Voorbeelden: bepaalde gewasbeschermingsmiddelen
 

IRRITEREND / SCHADELIJK VOOR DE GEZONDHEID:

Irriterende producten veroorzaken bij direct, langdurig of herhaald contact jeuk, roodheid van de huid of ontstekingen.

Voorbeelden: handafwasmiddel, vaatwasmachinetabletten 

SCHADELIJK VOOR DE GEZONDHEID OP LANGE TERMIJN

Deze producten zijn mogelijk kankerverwekkend, kunnen organen beschadigen en schadelijk zijn voor de voortplanting en het embryo.

Voorbeelden: thinner (verfverdunner).
  

Meer info: www.gevaarsymbolen.be
 

Top

 

4. Bereken de juiste dosis

Gebruik altijd de juiste dosis, zoals aangegeven op het etiket!

Te veel ? -> de dosis die op het etiket staat is de werkzame dosis. Meer gebruiken is dus niet nodig, daardoor gaat het product niet beter of sneller werken.

Te weinig ? -> als je de dosis vermindert, zal de doeltreffendheid ook verminderen en moet je misschien achteraf nog een tweede keer spuiten.

Lees altijd het etiket, daarop staat de correcte dosis vermeld, en vaak ook een korte berekeningswijze of uitleg. Hieronder vind je een voorbeeld hoe de juiste dosis te berekenen.

 
Teveel aangemaakt?

Indien u toch teveel product hebt aangemaakt, dan kan u het product verdunnen met water (neem zeker 10 keer de hoeveelheid water, vb. als u nog 0.2 liter product overhebt vul dit dan aan met 2 liter water). Dit kan u dan gaan verspuiten op het terrein wat u zopas behandeld heeft, of op een stukje braakliggend terrein. Indien u groenten in uw moestuin hebt gespoten, spuit u de overschot best uit op een stukje braak, zodat u uw groenten niet “verbrandt” met een teveel aan product. Voor onkruidbestrijders is dit veel minder een probleem, daar kan u mits voldoende verdunnen met water doorgaans nog eens over de behandelde oppervlakte gaan.

Giet de overschot nooit in het afvoerputje of de riolering! Bestrijdingsmiddelen zijn niet bedoeld om in het oppervlaktewater terecht te komen en kunnen een risico inhouden voor het waterleven.

Top


5. Draag beschermende kledij

Het dragen van handschoenen en een overall of lange broek met t-shirt met lange mouwen wordt altijd aangeraden. Zo bescherm je je huid optimaal. Indien specifieke beschermkledij moet gedragen worden of handschoenen dragen verplicht is, zal dit op het etiket staan.

Handschoenen zijn het belangrijkste en eenvoudigste middel om jezelf te beschermen als je een gewasbeschermingsmiddel toepast. Let erop dat je de juiste handschoenen draagt, dit zijn handschoenen die geen chemische stoffen doorlaten. Ze zijn doorgaans groen van kleur. Draag geen latex wegwerphandschoenen, deze laten chemische stoffen door waardoor je handen toch in contact komen met het product. Doordat je handen vaak zweten in dergelijke handschoenen, kan het product gemakkelijker in de huid doordringen.

 

  1. Was de handschoenen af onder de kraan voordat je ze uit doet
  2. Zorg ervoor dat je handen niet met de buitenkant van de handschoenen in aanraking komen wanneer je ze uitdoet
  3. Laat de handschoenen drogen op een veilige plaats. Zorg ervoor dat ze niet met voeding, kinderen of dieren in aanraking komen.

Top


6. Tijdstip en weersomstanigheden

De beste periode om een gewasbeschermingsmiddel te spuiten is ’s morgens vroeg (tussen 8 en 10u) of ’s avonds (tussen 18 en 20u). Op deze tijdstippen vliegen er minder nuttige insecten rond en zijn bijen niet actief. Het is dan ook kouder dan op de middag en de zon schijnt niet hard genoeg om de pas bespoten planten te verbranden. Om drift te vermijden is het afgeraden om te spuiten als er sterke wind staat. Drift zijn kleine druppeltjes product die door de wind worden meegenomen en ergens terecht komen waar ze niet thuis horen. Dit kan bijvoorbeeld op een naburige plant zijn of in een naburige tuin, of in een beekje. Ook ’s zomers als het heel heet is en windstil, kunnen thermieken de druppeltjes opliften en in de luchtlagen mee vervoeren.
Het is eveneens belangrijk om niet te spuiten als het regent of als er binnen de paar uur regen verwacht wordt. Anders kan het product afspoelen naar nabijgelegen water en het zal verdund worden waardoor het minder efficiënt zal werken.

Top


7. Wachttijd

Als je je eigen groenten en fruit teelt in de moestuin en deze behandelt met gewasbeschermingsmiddelen, worden ze uiteraard niet gecontroleerd door de officiële controlediensten om na te gaan of de residu’s onder de wettelijke aanvaardbare grenzen zitten alvorens je ze opeet. Daarom is het belangrijk om steeds de wachttijd te respecteren. De wachttijd of de tijd tussen het spuiten van een gewasbeschermingsmiddel en het oogsten van het gewas, staat vermeld op het etiket of de bijsluiter. Deze tijd bedraagt minimum een aantal dagen en kan voor sommige producten oplopen tot een aantal weken. Lees altijd eerst het etiket en volg de richtlijnen.
Deze wachttijd moet gerespecteerd worden omdat in deze periode de actieve stof wordt afgebroken en zo de maximale residulimiet (MRL) niet overschreden wordt. De MRL is de concentratie van de actieve stof die nog aanwezig mag zijn op de groente of fruit. Indien u de groente of het fruit te snel na het spuiten van een product zou opeten, bestaat de kans dat de MRL overschreden wordt.
 

Top


8. Herbetredingstijd

Herbetredingstijd is niet hetzelfde als wachttijd. De wachttijd gaat over de tijd die je moet wachten om groenten en fruit die je hebt behandeld met gewasbeschermingsmiddelen in je (moes)tuin te consumeren. De herbetredingstijd is de tijd die je moet wachten tot mensen of (huis)dieren op het behandelde terrein mogen lopen.

Algemeen raden we aan te wachten tot het product volledig is opgedroogd. Dit neemt al gauw enkele uren in beslag. De herbetredingstijd staat ook altijd op het etiket vermeld, dus lees zeker het etiket voor gebruik.

 

Top


9. Let op voor bijen en andere nuttige insecten

Wat gebeurt er met de bijen?

Bijen zijn onmisbaar voor de bestuiving van heel wat landbouwgewassen en bloemen. Op globaal vlak gaat het goed met de bijen: er zijn nooit zoveel bijenvolken geweest in Europa! Er zijn ook veel nieuwe imkers bijgekomen wat een positieve elan geeft aan de stiel.

Het is echter wel zo dat er ’s winters heel wat bijen sterven in de kast. Een gemiddelde van 10% is normaal, maar op sommige plaatsen lopen de wintersterftes op tot 30%. België scoort op dat vlak niet goed, de wintersterftes zijn bij ons al een paar jaar te hoog. Wetenschappers zijn het erover eens dat verschillende oorzaken aan de basis liggen van deze verhoogde wintersterftes: de varroa-mijt en andere ziektes, bacteriën en virussen die in de bijenkasten voorkomen, het veranderde landschap (met minder voedsel voor de bijen en minder nestgelegenheid voor wilde bijen), import van koninginnen die vaak ziektes met zich meebrengen, veranderde klimaatomstandigheden, en ook de landbouw waar gewasbeschermingsmiddelen met zorg moeten gebruikt worden.

Ook als tuinier kan je je steentje bijdragen aan een tuin met bijen en andere nuttige insecten. Zorg daarom steeds voor stuifmeelrijke bloemen en voldoende biodiversiteit. Voor wilde bijen kan je ook een bijenhotel opzetten.


Gewasbeschermingsmiddelen en bijen?

Insecticiden zijn bedoeld om schadelijke insecten te bestrijden (vb. bladluizen). Deze middelen hebben dus een werkingsmechanisme om bepaalde insecten uit te schakelen. Zij kunnen bijgevolg ook gevaarlijk zijn voor bepaalde nuttige insecten, zoals bijen. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de bijen niet of zo weinig mogelijk worden blootgesteld aan deze insecticiden, zodat het risico zo klein mogelijk wordt gehouden.

Dit kan door de gebruiksaanwijzingen op het etiket nauwkeurig op te volgen en de goede praktijken toe te passen:

  • niet spuiten op bloemen die in bloei staan of op bloeiend onkruid
     
  • ’s morgens of ’s avonds spuiten als de bijen niet uitvliegen
     
  • niet spuiten als er veel wind is omdat er dan drift kan ontstaan waardoor druppeltjes product wegwaaien en op nabijgelegen planten kunnen terechtkomen die door de bijen bezocht worden.

Op het etiket van insecticiden zal vaak de volgende zin staan “Gevaarlijk voor bijen. Gebruik dit product niet op het ogenblik dat de bijen actief naar voedsel zoeken”. Dit betekent dus dat je het middel niet mag gebruiken als de bijen uitvliegen en niet op planten die in bloei staan. Probeer dus vooral ’s morgens vroeg of ’s avonds te spuiten, dan zitten de bijen doorgaans al terug in de kast.

Als gewasbeschermingsmiddelen volgens de voorschriften op het etiket worden toegepast, zullen ze de fauna en flora in je tuin geen schade toebrengen.

De concentratie actieve stof is in producten die zijn toegelaten voor de particulier erg laag, waardoor het risico voor de bijen eveneens beperkt wordt.

Top


10. Bescherm het water - respecteer de bufferzones

Gewasbeschermingsmiddelen dienen om de gewassen te beschermen tegen ziekten of plagen, en horend dus thuis op de plant en niet in het water. In het water kunnen ze het waterleven aantasten (vb. vissen) maar de drinkwatermaatschappijen dienen daarnaast ook het water te zuiveren van verschillende stoffen, waaronder gewasbeschermingsmiddelen, alvorens ze het als drinkwater aan de consument kunnen aanbieden.

Om ervoor te zorgen dat gewasbeschermingsmiddelen niet in het water terecht komen, kan je een aantal eenvoudige tips respecteren:

  • Lees het etiket en volg de richtlijnen
     
  • Maak de correcte dosis aan; overschotten en restjes kan je na verdunning met water uitspuiten op een stukje braakliggend terrein of nog eens over het gras of de gewassen gaan die je net gespoten hebt. Giet overschotten nooit in de riolering of het afvoerputje!
     
  • Spuit niet als er veel wind staat, dan ontstaat er drift. Dit zijn kleine druppeltjes product die met de wind worden meegevoerd en wat verder terecht komen waar ze niet thuis horen, vb. in de beek.
     
  • Spuit niet als het regent of als er binnen de paar uur regen verwacht wordt. Anders kan het product afspoelen naar nabijgelegen water en het zal eveneens verdund worden waardoor het minder efficiënt zal werken.
     
  • Respecteer de bufferzones! Een bufferzone is de vereiste minimumafstand tussen het behandeld oppervlak en een waterloop. Dit is standaard 1 meter, en 3 meter voor hoogstammen (vb. fruitbomen). Daarnaast kan er voor het product een specifieke bufferzone opgelegd worden, vb. 5 meter of 10 meter. Dit staat altijd op het etiket vermeld. Bijvoorbeeld met volgende zin “Om in het water levende organismen te beschermen mag u in een welbepaalde bufferzone van 10 m rond oppervlaktewater niet sproeien”. Dus als er naast je tuin een beekje loopt, of naast je oprit een rioolputje ligt, dan mag je 10 meter daarrond het product niet gebruiken.

Top


11. Bewaren van bestrijdingsmiddelen

Het is belangrijk om gewasbeschermingsmiddelen correct te bewaren. Zo blijven ze lang werkzaam en vormen ze geen risico’s voor mens, dier of milieu. Lees altijd het etiket en houd volgende richtlijnen aan:

  • Bewaar producten in hun originele verpakking en sluit ze goed af. Giet nooit producten over in een andere fles!
     
  • Hou ze buiten het bereik van kinderen en huisdieren, en ook uit de buurt van voedingswaren
     
  • De beste bewaarplaats is een goed verluchte ruimte met een gemiddelde temperatuur. Dit kan vb. een afgesloten kast zijn in de garage of het berghok. Vocht kan het etiket of de gebruiksaanwijzing onleesbaar maken en is dus te vermijden
     
  • De meeste gewasbeschermingsmiddelen en biociden kunnen in optimale omstandigheden (vorstvrij, niet te heet) in gesloten verpakking zeker een aantal jaren bewaard blijven
     
  • Laat lege verpakkingen niet rondslingeren maar breng ze veilig binnen op een inzamelpunt voor klein gevaarlijk of bijzonder afval. Dit kan bijvoorbeeld het containerpark zijn. Ook verpakkingen waar nog product inzit mogen op dergelijke inzamelpunten binnengebracht worden.

Een bereiding die u zelf maakt (product + water toegevoegd) is meestal maar enkele uren houdbaar. Maak dus enkel de dosis klaar die je nodig hebt zodat je geen overschotten hebt.

Top


12. Verwijderen van overschotten, lege verpakkingen of het niet meer toegelaten middelen

Gaat het om een klaargemaakt product, een bereiding waarvan je overschot hebt?

Het is belangrijk om steeds de juiste dosis aan te maken, zodat je achteraf geen overschotten of restjes hebt. Indien je toch teveel product hebt aangemaakt, dan kan je het product verdunnen met water (neem zeker 10 keer de hoeveelheid water, vb. als je nog 0.2 liter product overhebt vul dit dan aan met 2 liter water). Dit kan je dan gaan uitspuiten op het terrein wat je zopas behandeld hebt, of op een stukje braakliggend terrein. Indien je groenten in de moestuin hebt gespoten, spuit je de overschot best uit op een stukje braak, zodat je je groenten niet “verbrandt” met een teveel aan product. Voor onkruidbestrijders is dit veel minder een probleem, daar kan je mits voldoende verdunnen met water doorgaans nog eens over de behandelde oppervlakte gaan.

Giet de overschot nooit in het afvoerputje of de riolering! Bestrijdingsmiddelen zijn niet bedoeld om in het oppervlaktewater terecht te komen en kunnen een risico inhouden voor het waterleven.

Gaat het om product-overschotten die nog in de originele verpakking zitten?

Bijvoorbeeld van een oud product dat niet meer is toegelaten of een product dat je niet meer nodig hebt. Dan kan je deze overschotten binnenbrengen op een inzamelpunt voor klein gevaarlijk of bijzonder afval. Dit kan bijvoorbeeld het containerpark zijn. Ook lege verpakkingen kan je daar naar toe brengen.
Om te weten of een product dat je thuis hebt staan nog toegelaten is voor gebruik, kan je op de officiële websites van de overheid kijken. Indien je het product daar niet meer terugvindt, betekent dit dat het product niet meer toegelaten is. Indien je twijfelt kan je ook steeds met de firma die het product op de markt heeft gebracht contact opnemen.

Lijst met toegelaten gewasbeschermingsmiddelen.

Lijst met toegelaten biociden.

Lege verpakkingen

Lege verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden mogen niet met het huisvuil meegegeven worden. Ze dienen veilig binnengebracht te worden op een inzamelpunt voor klein gevaarlijk of bijzonder afval. Dit kan bijvoorbeeld het containerpark zijn. Ook verpakkingen waar nog restjes product inzit mogen op dergelijke inzamelpunten binnengebracht worden.

 

Lees altijd het etiket. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig.