Kinderen & huisdieren

        
Gewasbeschermingsmiddelen en biociden krijgen enkel een toelating om op de Belgische markt verkocht te worden als ze geen significante risico’s inhouden voor kinderen en huisdieren als ze volgens de richtlijnen op het etiket gebruikt worden.

Maak er een goede gewoonte van om altijd eerst het etiket te lezen voor gebruik. Op het etiket vind je duidelijke instructies om de blootstelling van kinderen en huisdieren aan het product te vermijden. Ook omtrent het correct opslaan en bewaren van de producten vind je nuttig info op het etiket.

Bestrijdingsmiddelen worden gestockeerd en gebruikt in of om het huis en in de tuin, waar ook kinderen en huisdieren kunnen vertoeven. Een aantal tips om ervoor te zorgen dat kinderen en huisdieren geen gevaar lopen:

 

Producten bewaren en binnenbrengen van verpakkingen

 

  • Bewaar gewasbeschermingsmiddelen en biociden in de originele verpakking (nooit product overgieten in een andere fles!) en sluit deze goed af. Kies voor een afgesloten kast in de garage of het berghok om deze producten te stockeren, zodat kinderen en huisdieren er niet bij kunnen.
     
  • Laat lege verpakkingen niet rondslingeren maar breng ze veilig binnen op een inzamelpunt voor klein gevaarlijk of bijzonder afval. Dit kan bijvoorbeeld het containerpark zijn. Ook verpakkingen waar nog product inzit mogen op dergelijke inzamelpunten binnengebracht worden.

Zie ook:           



Producten spuiten + herbetredingstijd

  • Producten die gespoten worden (vb. een herbicide, een fungicide of een insecticide) houden doorgaans weinig risico in voor kinderen of huisdieren, zolang ze volgens de richtlijnen op het etiket gebruikt worden. De concentratie actieve stof in de producten die op de markt zijn voor de particulier (niet-professioneel gebruik) zijn erg laag en dus doorgaans te laag om een gezondheidsrisico in te houden.
     
  • Als je de oprit of het gazon gespoten hebt, laat kinderen en huisdieren pas terug op het behandelde terrein van zodra het product volledig is opgedroogd. Dit neemt al gauw enkele uren in beslag. De herbetredingstijd staat ook altijd op het etiket vermeld, dus lees zeker het etiket voor gebruik.

Zie ook:


Rodenticiden (anti-muizen en anti-ratten)

  • Rodenticiden (tegen muizen en ratten) kunnen een risico inhouden, zeker voor honden wanneer ze het product puur opeten. Contacteer onmiddellijk het Antigifcentrum of de dierenarts.

    De meeste rodenticiden bevatten immers anticoagulantia. Dit zijn actieve stoffen die verhinderen dat het bloed stolt. De dierenarts zal vitamine K1 toedienen, waardoor uw huisdier normaal gezien zal genezen. De behandeling kan wel een aantal weken duren, afhankelijk van de hoeveelheid rodenticide die het dier heeft ingenomen. De symptomen zijn niet meteen zichtbaar, dit kan een aantal uren tot dagen duren. Gekende symptomen zijn spontaan braken en moeilijk bewegen als gevolg van interne bloedingen van de gewrichten.

    Katten zijn niet snel geneigd om puur ratten- of muizenmiddel op te eten, maar kunnen wel een zieke of dode muis of rat oppeuzelen. Zo krijgen ze ook rodenticide binnen, maar de hoeveelheid is meestal laag dat de kat er niet echt ziek van zal worden.

    Alles hangt af van de ingenomen hoeveelheid. In vergelijking met muizen en ratten moet een hond al een relatief grote hoeveelheid innemen om gevolgen te ondervinden. Muizen en ratten zijn immers gevoeliger dan honden voor de effecten van anticoagulantia en zijn bovendien veel kleiner. Het is meestal onmogelijk om de juiste hoeveelheid in te schatten, die een hond heeft ingenomen. Bovendien komt het vaak voor dat de hond in de dagen (of weken) voorafgaand al heeft ingenomen, zonder dat men het gemerkt heeft.

Zie ook:           

Anti-slakkenmiddelen

  • Slakkenmiddelen (mollusciciden) kunnen, indien ze niet correct gebruikt worden, een risico inhouden voor huisdieren, in de eerste plaats voor honden. Contacteer onmiddellijk het Antigifcentrum of de dierenarts indien de hond een hoopje slakkenkorrels heeft opgegeten. Indien een kind van de korrels zou gegeten hebben contacteert u best zo snel mogelijk het Antigifcentrum.
     
  • Als je de slakkenkorrels op een correcte manier uitstrooit, is er geen probleem voor honden of andere dieren. De korrels dienen verspreid uitgestrooid te worden, niet op een hoopje. Als een hond één of twee korrels opeet, zal hij er niet ziek van worden. Het is maar wanneer hij een gans hoopje korrels tegelijkertijd inslikt, dat hij een risico loopt en kan sterven. Veel slakkenkorrels bevatten metaldehyde, en dit is zelfs in kleine dosissen gevaarlijk voor honden, koeien, paarden, schapen, katten en vogels. Daarom moet er verplicht een afweermiddel worden aan toegevoegd, dit geeft een bittere smaak waar zoogdieren niet van houden. Toch gebeuren er nog ongelukken met slakkenkorrels, omdat dieren soms zo gulzig zijn dat ze al veel korrels hebben ingeslikt voor ze de smaak van het afweermiddel opmerken. Dit gebeurt vooral bij honden. Voor katten vormen slakkenkorrels normaal geen risico, katten eten voorzichtiger en zijn door het afweermiddel niet geneigd deze korrels op te eten.
     
  • Het etiket schrijft altijd duidelijk voor de korrels op voldoende afstand van elkaar uit te strooien (standaard = minimum 8 cm van elkaar). Overdosering heeft geen zin, dit zal de werking niet versnellen of verbeteren. Als er veel slakken zijn is het beter de behandeling zo nodig te herhalen in plaats van teveel middel ineens toe te passen. Een goed gebruik betekent dus dat de korrels gelijkmatig over de bodem moeten worden verspreid.
     
  • De eerste symptomen bij dieren zijn braken en koorts, daarna komen er spierspasmen en tenslotte overlijden. Er is geen specifiek medicijn dat het dier kan genezen. Bij een recente inname (< 1 uur) is het aangewezen om het dier te doen braken en actieve kool te geven.

    Het is dus heel belangrijk om zo snel mogelijk (binnen het uur) de dierenarts en het Antigifcentrum te contacteren!
     
  • Gemorste korrels moeten opgeruimd worden om het risico dat kinderen, huisdieren of wilde dieren er mee in aanraking komen. De korrels moeten steeds in de originele doos of zak bewaard worden, die goed moet afgesloten zijn zodat honden de korrels niet uit de verpakking kunnen nemen.

Zie ook:



Anti-mierenmiddelen

  • Mierenlokdozen vormen doorgaans een beperkter risico voor kinderen en huisdieren omdat de concentratie actieve stof goed beschermd in de doos zit en erg laag is. Bij kleine honden en katten die de doos kapot bijten en de actieve stof opeten, kan het eventueel wel een risico inhouden, neem daarom toch altijd contact op met uw dierenarts of het Antigifcentrum.

    Kinderen kunnen niet vergiftigd worden door een mierenlokdoos in de mond te steken of door hun handen af te likken na het aanraken van een mierenlokdoos. In een zeldzaam geval waar een kind de volledige inhoud van een mierenlokdoos opeet, neemt u best contact op met het Antigifcentrum.

    Een mierenlokdoos heeft een aantal openingen waardoor mieren bij een gesuikerde vloeistof kunnen komen. Deze lokstof bevat een insectendodend middel (insecticide). Mierenlokdozen zijn echter zodanig ontwikkeld dat huisdieren erg moeilijk bij de inhoud geraken. Hoogst uitzonderlijk kan het gebeuren dat honden of katten de inhoud toch kunnen opslurpen. Of dat de hond de mierenlokdoos kapot bijt en dan de volledige inhoud opeet. Aangezien de hoeveelheid insecticide in het doosje over het algemeen gering is, monden deze blootstellingen doorgaans niet uit in ontwikkeling van symptomen. Er kunnen tekens van lokale irritatie optreden zoals speekselvloed en weigering om te eten. Deze symptomen behoeven geen behandeling. Als u twijfelt kan u voor de zekerheid het Antigifcentrum contacteren.

 Zie ook:  

 

 

Lees altijd het etiket. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig.